Inloggen
Wachtwoord kwijt?

ANBI-beleidsplan actualiseren, wanneer en hoe?

door MijnANBI

Een ANBI moet een beleidsplan hebben. Dat beleidsplan is niet alleen bedoeld voor de aanvraag van de ANBI-status, maar blijft ook daarna belangrijk. De Belastingdienst moet kunnen beoordelen wat de instelling doet, hoe middelen worden geworven en besteed en hoe het bestuur de organisatie aanstuurt.

Veel stichtingen hebben ooit een beleidsplan opgesteld en kijken er daarna jaren niet meer naar om. Dat is risicovol. Een beleidsplan dat niet meer aansluit bij de praktijk kan vragen oproepen bij een controle, bij donateurs of bij bestuurswisselingen. Controleer daarom jaarlijks of het beleidsplan nog klopt en werk het bij zodra doelstelling, activiteiten, bestuur, financiering of bestedingen veranderen.

Waarom het beleidsplan belangrijk is

Het beleidsplan laat zien hoe de ANBI haar doelstelling in de praktijk wil bereiken. De statuten beschrijven meestal het formele doel van de stichting. Het beleidsplan maakt dat doel concreet: welke activiteiten voert de organisatie uit, hoe komt geld binnen, hoe wordt het vermogen beheerd en hoe worden inkomsten besteed?

Volgens de Belastingdienst is een ANBI verplicht om een beleidsplan te hebben. Het volledige beleidsplan hoeft niet altijd integraal online te worden gezet, maar bepaalde gegevens uit het beleidsplan moeten wel openbaar worden gemaakt op een website. Denk aan de doelstelling, de hoofdlijnen van het beleidsplan, de manier waarop de instelling geld werft, het beheer van het vermogen en de besteding van middelen. Zie ook de toelichting van de Belastingdienst over het ANBI-beleidsplan en de pagina over de ANBI-publicatieplicht.

Wat moet er in een ANBI-beleidsplan staan?

Een goed beleidsplan hoeft niet lang te zijn, maar moet wel concreet zijn. De volgende onderdelen horen er in de praktijk in thuis.

1. Doelstelling van de instelling

Beschrijf kort en duidelijk welk algemeen nut de organisatie dient. Vermijd brede formuleringen die weinig zeggen, zoals “het ondersteunen van goede doelen”. Beter is: “de stichting ondersteunt lokale initiatieven die armoede onder gezinnen met minderjarige kinderen verminderen”.

Controleer of de omschrijving aansluit op de statuten. Het beleidsplan mag de statutaire doelstelling niet feitelijk vervangen of oprekken. Wanneer de activiteiten structureel buiten de statutaire doelstelling vallen, is niet alleen het beleidsplan een probleem, maar mogelijk ook de juridische basis van de stichting.

2. Activiteiten en werkwijze

Leg uit welke activiteiten de ANBI uitvoert om haar doel te bereiken. Noem bijvoorbeeld projecten, subsidies, voorlichting, bijeenkomsten, hulpverlening, culturele activiteiten of samenwerking met andere organisaties.

Maak daarbij onderscheid tussen bestaande activiteiten en plannen voor de komende periode. Een beleidsplan is geen jaarverslag. Het hoeft niet elke activiteit achteraf te beschrijven, maar moet wel duidelijk maken welke koers het bestuur volgt.

3. Werving van inkomsten

Beschrijf hoe de organisatie aan middelen komt. Denk aan donaties, periodieke giften, nalatenschappen, subsidies, fondsen, sponsorbijdragen, opbrengsten uit activiteiten of rente-inkomsten.

Wees hier eerlijk en concreet. Als de stichting vooral afhankelijk is van één subsidiegever of één grote donateur, dan is dat relevant voor het beleid. Het bestuur kan bijvoorbeeld opnemen dat het de inkomstenbasis wil verbreden om afhankelijkheid te beperken.

4. Beheer van vermogen

Een ANBI mag niet onbeperkt vermogen oppotten. De Belastingdienst hanteert het bestedingscriterium: een ANBI mag niet meer vermogen aanhouden dan nodig is voor de activiteiten van de instelling. Reserves kunnen toegestaan zijn, maar moeten logisch en onderbouwd zijn.

Neem daarom op hoe de stichting omgaat met reserves. Bijvoorbeeld: een continuïteitsreserve voor vaste lasten, een bestemmingsreserve voor een meerjarig project of een reserve voor toegezegde verplichtingen. Dit voorkomt dat een positief banksaldo later moeilijk uit te leggen is.

5. Besteding van middelen

Het beleidsplan moet duidelijk maken hoe inkomsten worden besteed aan het algemeen nut. Beschrijf welke soorten uitgaven passen bij de doelstelling. Denk aan projectkosten, uitkeringen aan doelgroepen, bijdragen aan partnerorganisaties, educatie, communicatie of noodzakelijke beheerkosten.

Maak ook duidelijk hoe het bestuur beoordeelt of uitgaven passen binnen de doelstelling. Bij kleinere stichtingen kan dat eenvoudig: het bestuur bespreekt grotere uitgaven vooraf en legt besluiten vast in notulen. Bij grotere organisaties kan een formele begrotings- en autorisatieprocedure nodig zijn.

6. Organisatie en bestuur

Het beleidsplan hoeft geen uitgebreid bestuursreglement te zijn, maar moet wel passen bij de manier waarop de ANBI wordt bestuurd. Beschrijf kort hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld, hoe besluiten worden genomen en hoe toezicht plaatsvindt.

Vooral bij kleine stichtingen is dit belangrijk. Als dezelfde personen jarenlang alle beslissingen nemen, betalingen doen en administratie bijhouden, kan dat kwetsbaar zijn. Een duidelijke taakverdeling tussen voorzitter, secretaris en penningmeester helpt om fouten en belangenverstrengeling te voorkomen.

Verplicht, verstandig en optioneel

Niet alles rond het beleidsplan heeft dezelfde status. Voor bestuurders is het nuttig om onderscheid te maken tussen verplicht, verstandig en optioneel.

Verplicht

Verplicht is dat de ANBI een beleidsplan heeft en dat de verplichte gegevens openbaar beschikbaar zijn. De Belastingdienst vraagt onder meer om informatie over doelstelling, werkzaamheden, inkomstenwerving, beheer van vermogen en besteding van middelen.

Ook moet de online ANBI-publicatie actueel blijven. Wie geen verplicht standaardformulier gebruikt, moet de vereiste gegevens zelf duidelijk publiceren. Grote ANBI’s moeten sinds 1 januari 2021 gebruikmaken van de standaardformulieren van de Belastingdienst. Voor kleinere ANBI’s is zo’n formulier niet altijd verplicht, maar het kan wel helpen om niets te vergeten.

Verstandig

Verstandig is om het beleidsplan jaarlijks op de bestuursagenda te zetten. Dat hoeft geen grote exercitie te zijn. Plan bijvoorbeeld één vergadering per jaar waarin het bestuur controleert of de doelstelling, activiteiten, begroting, inkomstenbronnen en reserves nog kloppen.

Leg de uitkomst vast in de notulen. Als er niets verandert, noteer dan dat het beleidsplan is gecontroleerd en ongewijzigd blijft. Als er wel iets verandert, werk het document bij en pas daarna ook de online publicatie aan.

Optioneel

Optioneel is om het volledige beleidsplan openbaar te publiceren. De Belastingdienst geeft aan dat het publiceren van het volledige beleidsplan niet verplicht is, zolang de vereiste onderdelen maar worden belicht op de website. Toch kan volledige publicatie nuttig zijn, vooral voor fondsenwervende instellingen of organisaties die veel met donateurs, vrijwilligers of samenwerkingspartners werken.

Let wel op privacy en interne informatie. Publiceer geen persoonsgegevens van donateurs, interne risicoanalyses of vertrouwelijke projectafspraken als dat niet nodig is.

Wanneer moet u het beleidsplan bijwerken?

Een beleidsplan moet worden bijgewerkt zodra het niet meer aansluit op de werkelijkheid. Dat is vooral aan de orde in de volgende situaties:

Een voorbeeld: een stichting die oorspronkelijk culturele workshops organiseerde, maar inmiddels vooral financiële steun geeft aan andere culturele organisaties, moet dat verwerken in het beleidsplan. Niet alleen de activiteiten zijn veranderd, maar ook de manier waarop geld wordt besteed en beoordeeld.

Een ander voorbeeld: een ANBI ontvangt een grote nalatenschap en wil dit vermogen over vijf jaar besteden. Dan is het verstandig om in het beleidsplan vast te leggen waarom dat vermogen tijdelijk wordt aangehouden, waarvoor het bestemd is en hoe het bestuur de besteding bewaakt.

Praktische gevolgen voor ANBI’s

Voor veel ANBI’s is het beleidsplan de verbinding tussen bestuur, administratie en publicatieplicht. Als het beleidsplan niet klopt, ontstaan vaak ook problemen op andere plekken. De begroting sluit dan niet meer aan, de jaarcijfers zijn lastig toe te lichten of de online ANBI-pagina bevat achterhaalde informatie.

Werk daarom in deze volgorde:

  1. Controleer eerst de statutaire doelstelling.
  2. Vergelijk daarna het beleidsplan met de feitelijke activiteiten.
  3. Controleer of inkomsten, reserves en bestedingen goed zijn beschreven.
  4. Bespreek het beleidsplan formeel in een bestuursvergadering.
  5. Leg vast of het plan is goedgekeurd of gewijzigd.
  6. Werk de online ANBI-publicatie bij.
  7. Bewaar de actuele versie bij de administratie.

Een vaste publicatiepagina helpt om de hoofdlijnen van het beleidsplan goed vindbaar te maken. Via MijnANBI kunnen ANBI’s hun verplichte publicatiegegevens overzichtelijk beheren. Bekijk ook de ANBI-checklist, de uitleg over ANBI en de pagina om te starten met publiceren.

Veelgemaakte fouten

Een veelgemaakte fout is dat het beleidsplan te algemeen blijft. Zinnen als “de stichting wil bijdragen aan een betere wereld” zeggen weinig over de feitelijke werkzaamheden. De Belastingdienst, donateurs en bestuursleden moeten kunnen zien wat de organisatie concreet doet.

Een tweede fout is dat het beleidsplan niet aansluit op de jaarcijfers. Als in het beleidsplan staat dat de stichting vooral projecten uitvoert, maar uit de cijfers blijkt dat het geld vooral wordt gereserveerd, moet dat worden toegelicht.

Een derde fout is dat alleen het bestuur het beleidsplan kent. De hoofdlijnen moeten ook openbaar worden gemaakt. Een beleidsplan dat wel in een map staat, maar niet terugkomt in de online publicatie, is dus onvoldoende voor de publicatieplicht.

Een vierde fout is dat het beleidsplan niet wordt aangepast na groei. Een kleine stichting kan beginnen met eenvoudige afspraken, maar bij meer inkomsten, personeel, subsidies of grotere projecten zijn duidelijke procedures nodig.

Checklist voor het bestuur

Conclusie

Een ANBI-beleidsplan is geen document voor de la. Het is een praktisch bestuursdocument én een belangrijk onderdeel van de transparantie richting Belastingdienst, donateurs en andere betrokkenen.

Controleer daarom jaarlijks of het beleidsplan nog klopt. Werk het bij bij veranderingen in activiteiten, inkomsten, vermogen of bestuur. Publiceer in ieder geval de verplichte onderdelen duidelijk online. Zo voorkomt de ANBI dat een verouderd beleidsplan later tot vragen leidt en blijft de organisatie aantoonbaar gericht op het algemeen nut.