Inloggen
Wachtwoord kwijt?

Vrijwilligers bij een ANBI: vergoedingen, kosten en giftenaftrek in 2026

door MijnANBI

Een ANBI kan vrijwilligers een vergoeding geven, gemaakte kosten terugbetalen of afspreken dat een vrijwilliger van een vergoeding afziet. Fiscaal zijn dat verschillende situaties. Wie ze door elkaar haalt, kan onbedoeld buiten de vrijwilligersregeling vallen of een vrijwilliger een verklaring geven waarmee een giftenaftrek onvoldoende kan worden onderbouwd.

Voor 2026 gelden concrete grensbedragen. Daarnaast heeft de Belastingdienst in juli 2026 een kennisgroepstandpunt over kosten van een vrijwillige begeleider bij een ANBI bijgewerkt. Voor besturen is het daarom verstandig om niet alleen betalingen, maar ook afspraken over niet-betaalde vergoedingen en kosten goed vast te leggen.

Wanneer geldt de vrijwilligersregeling?

Een ANBI behoort tot de instellingen die gebruik kunnen maken van de fiscale vrijwilligersregeling. Daarvoor moet wel aan de voorwaarden van die regeling worden voldaan. De vrijwilliger mag het werk onder meer niet als beroep verrichten.

Voor 2026 geldt als hoofdregel dat een vrijwilligersvergoeding niet hoger is dan € 220 per maand en € 2.200 per kalenderjaar. Wordt per uur of activiteit betaald, dan gebruikt de Belastingdienst € 5,75 per uur voor vrijwilligers van 21 jaar en ouder en € 3,40 voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar als bedragen die zij als niet-marktconform beschouwt. Ook de maand- en jaargrens blijven dan gelden. Zie Belastingdienst – vrijwilligersregeling voor stichtingen en verenigingen.

Een hoger uurtarief betekent niet automatisch dat de vrijwilligersregeling onmogelijk is. De Belastingdienst vermeldt expliciet dat een organisatie bij een hoger tarief nog kan onderbouwen dat de vergoeding niet marktconform is. Dat vraagt wel om een inhoudelijke onderbouwing; alleen de betaling “vrijwilligersvergoeding” noemen is daarvoor niet voldoende.

Let ook op de maandgrens bij een eenmalige betaling

De maandgrens kan niet worden omzeild door een vergoeding maar één keer per jaar uit te betalen.

Betaalt de ANBI het bedrag in één keer, dan moet het totaal volgens de Belastingdienst worden gedeeld door het aantal maanden waarin de vrijwilliger heeft gewerkt. Het gemiddelde mag in 2026 niet hoger zijn dan € 220 per maand. Zie opnieuw de vrijwilligersregeling van de Belastingdienst.

Stel dat een vrijwilliger gedurende acht maanden werkzaamheden verricht en daarvoor aan het einde van het jaar € 1.900 ontvangt. Het gemiddelde bedraagt dan € 237,50 per gewerkte maand. Hoewel € 1.900 onder de jaargrens van € 2.200 blijft, wordt de maandgrens overschreden.

Kijk dus altijd naar de uur-, maand- én jaargrens die in de betreffende situatie relevant zijn.

Onkostenvergoeding is niet hetzelfde als vrijwilligersvergoeding

Een belangrijke bron van fouten is het verschil tussen een vergoeding voor de inzet van de vrijwilliger en het terugbetalen van kosten.

Geeft een ANBI uitsluitend een vergoeding van werkelijk gemaakte onkosten, dan hoeft zij volgens de Belastingdienst geen rekening te houden met de grens van € 220 per maand en € 2.200 per jaar.

Dat verandert wanneer een vrijwilliger naast een vergoeding voor zijn inzet ook onkostenvergoedingen of tegemoetkomingen in natura ontvangt. Die vergoedingen kunnen dan meetellen bij de grensbedragen van de vrijwilligersregeling. De Belastingdienst geeft als voorbeeld dat een vrijwilliger die al de maximale vrijwilligersvergoeding ontvangt, door een aanvullende verstrekking boven het maximum kan uitkomen. Zie Belastingdienst – vrijwilligersregeling en soorten vergoedingen.

Een uitzondering geldt voor aankopen die de vrijwilliger feitelijk voor de stichting voorschiet. Koopt een vrijwilliger bijvoorbeeld printerpapier of schoonmaakmiddelen voor de ANBI en betaalt de stichting precies die aankoop terug, dan telt die vergoeding volgens de Belastingdienst niet mee voor de grensbedragen.

Voor de administratie is het daarom verstandig drie categorieën apart te boeken:

Wat als een vrijwilliger van zijn vergoeding afziet?

Een vrijwilliger kan onder voorwaarden een vrijwilligersvergoeding waarvan hij afziet als gewone gift aan de ANBI behandelen.

Daarvoor is niet voldoende dat de vrijwilliger simpelweg nooit betaald heeft gekregen.

Volgens de Belastingdienst moet onder meer kunnen worden aangetoond dat de ANBI een regeling heeft waardoor de vrijwilliger voor een vergoeding in aanmerking komt, dat de ANBI financieel in staat is die vergoeding te betalen en dat de ANBI ook daadwerkelijk van plan is de vergoeding uit te betalen. De vrijwilliger moet zelf kunnen bepalen dat hij de vergoeding niet ontvangt maar aan de ANBI schenkt. Ook verlangt de Belastingdienst een verklaring van de ANBI dat de betrokkene vrijwilligerswerk heeft verricht. Zie Belastingdienst – vrijwilligersvergoeding afzien en als gift aftrekken.

Dat onderscheid is belangrijk.

Stel dat een stichting vooraf bepaalt dat vrijwilligers nooit een vergoeding krijgen. Een vrijwilliger kan dan niet achteraf zonder meer stellen dat hij een vergoeding heeft “geschonken” waarvan hij heeft afgezien.

Anders kan het liggen wanneer een geldende regeling recht geeft op bijvoorbeeld € 1.000, de stichting dit bedrag kan en wil betalen en de vrijwilliger vervolgens zelfstandig besluit de vergoeding niet te ontvangen.

Leg het recht op vergoeding vooraf vast

Voor een ANBI is goede documentatie hier belangrijker dan ingewikkelde fiscale berekeningen.

Leg bij voorkeur vóór of tijdens het vrijwilligerswerk vast welke regeling geldt. Dat kan bijvoorbeeld in een vrijwilligersovereenkomst, een algemene vergoedingsregeling of een bestuursbesluit.

Uit de administratie moet bij voorkeur blijken:

  1. welke werkzaamheden de vrijwilliger verricht;
  2. voor welke vergoeding hij in aanmerking komt;
  3. over welke periode deze vergoeding wordt berekend;
  4. dat de ANBI de vergoeding daadwerkelijk kan betalen;
  5. dat de ANBI bereid is de vergoeding uit te betalen;
  6. dat de vrijwilliger zelfstandig heeft besloten ervan af te zien.

Maak geen verklaring achteraf waarin alleen voor de giftenaftrek een theoretische vergoeding wordt geconstrueerd. De schriftelijke stukken moeten aansluiten bij wat daadwerkelijk tussen ANBI en vrijwilliger is afgesproken.

Een gewone gift is niet automatisch volledig aftrekbaar

Een belangrijke fiscale nuance is dat een vergoeding die als gewone gift kwalificeert niet automatisch voor het volledige bedrag tot belastingaftrek leidt.

Voor gewone giften geldt een inkomensafhankelijke drempel. De drempel bedraagt 1% van het drempelinkomen, met een minimum van € 60. Alleen het bedrag boven die drempel kan worden afgetrokken. Daarnaast geldt voor gewone giften in beginsel een maximum van 10% van het drempelinkomen. Bij fiscale partners wordt voor deze berekening naar het gezamenlijke drempelinkomen gekeken. Zie Belastingdienst – drempel en maximum voor giftenaftrek.

De ANBI moet daarom terughoudend zijn met uitspraken als: “Als u van € 1.000 vergoeding afziet, krijgt u € 1.000 belastingaftrek.” De uiteindelijke aftrek hangt mede af van de persoonlijke fiscale situatie en de andere gewone giften van de vrijwilliger.

Lees ook: Periodieke giften aan een ANBI: wat moet u goed vastleggen?

Ook niet-vergoede kosten kunnen een gewone gift zijn

Maakt een vrijwilliger kosten voor een ANBI en worden deze niet vergoed, dan kunnen ook die kosten onder voorwaarden als gewone gift meetellen.

De Belastingdienst noemt bijvoorbeeld reis-, porto-, papier- en inktkosten. Het moet gaan om kosten die volgens maatschappelijke opvattingen normaal gesproken voor vergoeding in aanmerking komen. Zie Belastingdienst – kosten voor een ANBI aftrekken als gift.

Kan de vrijwilliger de kosten volgens een regeling wél vergoed krijgen maar ziet hij vrijwillig van die vergoeding af, dan gelden aanvullende voorwaarden. De ANBI moet de kosten normaal gesproken vergoeden, de vergoeding kunnen betalen en bereid zijn deze daadwerkelijk uit te betalen. De vrijwilliger moet vervolgens zelf van betaling afzien. Zie Belastingdienst – kosten voor een ANBI en giftenaftrek.

Autokosten: in 2026 € 0,25 per kilometer

Voor niet-vergoede autokosten die voor de giftenregeling in aanmerking komen, geldt in 2026 een forfait van € 0,25 per kilometer. Voor taxikosten worden de werkelijke kosten gebruikt. De actuele themapagina van de Belastingdienst vermeldt daarbij dat voor 2024 en 2025 nog € 0,23 per kilometer gold. Zie Belastingdienst – kosten voor een ANBI.

De verhoging naar € 0,25 is in mei 2026 via een beleidsbesluit met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 ingevoerd. Het besluit verhoogt ook andere forfaitaire kilometerbedragen in de Wet inkomstenbelasting van € 0,23 naar € 0,25. Zie Staatscourant 2026, nr. 18302 – beleidsbesluit kilometervergoeding.

Dit bedrag moet niet zonder meer worden verward met de vergoeding die een ANBI zelf aan een vrijwilliger betaalt. Bij het forfait voor giftenaftrek gaat het om de berekening in de inkomstenbelasting van de vrijwilliger.

Nieuwe verduidelijking: deelnemersbijdrage van een begeleider kan een gift zijn

Een interessant praktijkgeval staat in kennisgroepstandpunt KG 202:2025:26 van de Belastingdienst. Het standpunt werd gepubliceerd op 15 december 2025 en voor het laatst bijgewerkt op 22 juli 2026. Zie Kennisgroepen Belastingdienst – Reiskosten vrijwilliger voor ANBI en giftenaftrek.

De casus ging over een vrijwillige begeleider die via een ANBI deelnam aan een evenement en de reis ernaartoe. De begeleider betaalde zelf een verplichte deelnemersbijdrage. Tijdens het evenement was hij vrijwel voortdurend bezig om de deelname van anderen mogelijk te maken.

Volgens de Kennisgroep kwalificeerde de gehele deelnemersbijdrage in deze specifieke situatie als gift. Van belang was onder meer dat de begeleider vrijwel geen vrije tijd had en dat tegenover zijn betaling geen tegenprestatie stond die van meer dan bijkomstig belang was.

Dit is een standpunt van een Kennisgroep van de Belastingdienst en geen rechterlijke uitspraak. Bovendien is het sterk afhankelijk van de feiten.

De Kennisgroep vermeldt zelf dat de uitkomst anders kan zijn als de begeleider wel vrij te besteden tijd heeft of tijdens de activiteit voordelen krijgt die niet noodzakelijk zijn voor de begeleiding. In dat geval kan tegenover de deelnemersbijdrage wel een relevante tegenprestatie staan.

Voor ANBI’s die vrijwilligers meenemen naar kampen, reizen of evenementen betekent dit vooral: beloof niet standaard dat een deelnemersbijdrage fiscaal aftrekbaar is. Beoordeel de concrete situatie.

Verplicht, verstandig en optioneel

Verplicht

Wie de vrijwilligersregeling toepast, moet voldoen aan de fiscale voorwaarden die voor die regeling gelden. Bij betalingen in 2026 zijn onder meer de maand- en jaargrens en, waar relevant, het uurbedrag van belang.

Ook moet de administratie een betrouwbare weergave geven van wat daadwerkelijk is betaald en waarvoor.

Verstandig

Het is verstandig om één schriftelijke vrijwilligers- en kostenregeling te gebruiken.

Leg daarin bijvoorbeeld vast:

Gebruik daarnaast een vaste administratie waarin vergoeding, onkosten en voorgeschoten bedragen afzonderlijk herkenbaar zijn.

Optioneel

Het is niet verplicht dat een vrijwilliger afziet van een toegekende vergoeding.

Gebeurt dit wel en wil de vrijwilliger het bedrag fiscaal als gift behandelen, dan moet aan de voorwaarden voor de gewone giftenaftrek worden voldaan. De ANBI moet daarom geen persoonlijke belastingaftrek garanderen.

Veelgemaakte fouten

Alleen naar de jaargrens kijken.
Ook de maandgrens is relevant. Een betaling van minder dan € 2.200 kan alsnog buiten de regeling vallen.

Een jaarvergoeding in één keer betalen zonder maandcontrole.
Bij een eenmalige betaling kijkt de Belastingdienst naar het gemiddelde per gewerkte maand.

Iedere onkostenvergoeding buiten de grensbedragen houden.
Dat is alleen zo eenvoudig wanneer uitsluitend werkelijke onkosten worden vergoed. Bij combinatie met een vrijwilligersvergoeding kunnen kostenvergoedingen wel meetellen.

Een vergoeding achteraf construeren.
Voor giftenaftrek moet daadwerkelijk een recht op vergoeding bestaan en moet de ANBI deze kunnen en willen betalen.

Zeggen dat een gift volledig aftrekbaar is.
Een gewone gift valt onder de inkomensafhankelijke drempel en het maximum voor gewone giften.

Iedere deelnemersbijdrage als gift behandelen.
De feitelijke tegenprestatie is bepalend. Het kennisgroepstandpunt uit juli 2026 is geen algemene vrijstelling voor vrijwilligersreizen.

Checklist voor het bestuur

Controleer bij vrijwilligers in ieder geval:

Conclusie

Vrijwilligerswerk bij een ANBI is fiscaal goed te organiseren zolang het bestuur onderscheid maakt tussen een vergoeding voor werkzaamheden, vergoeding van kosten en het afzien van een vergoeding.

Voor 2026 zijn de belangrijkste grenzen van de vrijwilligersregeling € 220 per maand en € 2.200 per jaar. Bij betaling per uur gebruikt de Belastingdienst € 5,75 vanaf 21 jaar en € 3,40 onder 21 jaar als niet-marktconforme richtbedragen. Ook een betaling die maar één keer per jaar plaatsvindt moet aan de maandgrens worden getoetst.

Bij giftenaftrek is goede vastlegging minstens zo belangrijk. Een niet-uitbetaalde vergoeding is niet automatisch een aftrekbare gift en een eigen bijdrage van een vrijwilliger evenmin. En zelfs wanneer een bedrag als gewone gift kwalificeert, gelden nog de drempel en het maximum van de gewone giftenaftrek.

Zorg daarom eerst dat de regeling, besluiten en administratie kloppen. Dat helpt zowel de ANBI als de vrijwilliger wanneer later vragen ontstaan van een accountant, adviseur of de Belastingdienst.